BELEGGEN
     
Home Page

Guest Book Page

 
Wat is beleggen?
Deze pagina gaat over beleggen en ik ben druk bezig om hem te maken, maar ben nog niet helemaal klaar sorry!!
Adverteren via Kliks.nl
Kliks.nl


Hoe moet ik beleggen?













Wat valt er te verdienen?

Waar kan ik in Beleggen?

Begrippenlijst


Aandeel= Bewijs van eigendom. De houder participeert via zijn bezit in het risico van een onderneming.

Beleggingsfonds= Belegt van anderen in meestal effecten.

Benchmarkt= Objectieve maatstaf waarmee het resultaat van de beleggingsportefeuille wordt vergeleken, bijvoorbeeld de AEX index.

Beursindex= wordt samengesteld aan de hand van koersen van de belangerijkste fondsen op beurzen. In Amsterdam de AEX, in New York de Dow Jones, in Hongkong de Hang Seng, etc.

Cyclische bedrijven= Bedrijven die gevoelig zijn voor de economische ontwikkeling in de wereld.

Deflatie= de tegenhanger van inflatie en treedt op wanneer er tegenover een bepaalde hoeveelheid goederen en diensten een slinkende geldhoeveelheid staat. De prijzen dalen dan.

Deposito= Geld dat voor en bepaalde termijn, korter dan een jaar, wordt uitgezet bij een bank.

Dividend= Datgene wat aan aandeelhouders uit de winst wordt uitgekeerd.

ECB= Voluit Europese Centrale Bank. Dat is de centrale bank van de EMU gevestigd in Frankfurt. De president is Wim Duisenberg.

Effecten= Verzamelnaam voor aandelen, obligaties, warrants, kortom, alles wat er op een effectenbeurs wordt verhandeld.

Emerging markets= Markten die de afgelopen jaren snel hebben ontwikkeld. Bijvoorbeeld Zuid-Korea, Taiwan, China en landen in Latijns-Amerika.

Emissie= Uigifte van aandelen of obligaties.

EMU= Economische en Monetaire Unie, de volgende stap in de samenwerking binnen de Europese Unie: één munt (euro), één monetair beleid (rente en valuta) en één stelsel van centrale banken.

FED= Voluit spreek je het als Federal Reserve System, het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten. De voorzitter van de Fed is Alan Greenspan.

Fictief rendement= Rendement (meestal 6%) dat voor de Nederlandse inkomstenbelasting moet worden opgegeven als inkomen uit aandelen in buitenlandse beleggingsfondsen.

Fiscaal verlies/winst= De ontvangen dividenden min de kosten, die onder meer bestaan uit oprichtingskosten.

Groeiaandelen= Aandelen die geen dividend uitkeren, maar waarvan de gehele winst wordt geïnvesteerd in de onderneming.

Inflatie= De tegenhager van deflatie. tegenover dezelfde hoeveelheid goederen en diensten staat een groeiende hoeveelheidgeld. De prijzen stijgen. Voor eigenaren van vorderingen, zoals obligaties, een slechte zaak omdat bij terugbetaling het ontvangen geld minder waard blijkt te zijn. Bovendien stijgt bij inflatie de rente, zodat iedere uitgegeven obligatie minder waard wordt. Voor de uitgevers van de leningen is het een goede zaak, omdat ze in reële termen iets minder hoeven te betalen en bovendien in de tussentijd nog van een lagere rente genieten.

Korte rente= Rente op waardepapieren met een looptijd van maximaal één jaar.

Lange rente= Rente op waardepapieren met een looptijd van lager dan één jaar.

Liquiditeiten= Contant geld, saldi op bank-en girorekening en direct opvraagbare tegoeden op spaarrekeningen en deposito's.

Obligatie= Papier dat wordt uitgegeven als bewijs van lening. Heeft een nominale waarde en een rentepercentage dat wordt uitgekeerd.

OESO-landen= Landen die lid zijn van de 'Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling'. Dit zijn bijna alle industriële landen in de wereld.

Procentpunt= Een verhoging van de rente van bijvoorbeeld 5% naar 5,25% wordt aangeduid als "een verhoging van 0,25 procentpunt".

Vastrentende waarde= Verzamelnaam voor waardepapieren waarover een vaste rente wordt vergoed (obligaties, deposito's en leningen).








voor vragen email me.
 
   
 

6152